Monumentaal hofje in Amersfoort

Alle 48 huisjes die nu onderdeel uitmaken van De Poth, zijn gebouwd aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Toen ontstond het huidige hofje. Pas in de loop van de 20e eeuw kreeg dit complex gebouwen de naam Hofje De Poth. Door verschillende verbouwingen en aanpassingen, zoals douche, CV en dakkapellen, zijn de huisjes zeer geschikt om aan één van beide doelstellingen van De Poth te voldoen: het bieden van onderdak tegen een geringe vergoeding aan oudere mensen uit Amersfoort met een bescheiden inkomen.

Hoofdgebouw

Het Hoofdgebouw bestaat uit zes delen, die thans onder een dak zijn samengevoegd: 1 Regentenkamer, 2 vestibule, 3 bakkerij, 4 uitdeelkamer, 5 Celzusterenkamer met kelder en 6 woning van de binnenvader.

Aan het ene uiteinde ligt de Regentenkamer, die in 1526 of kort erna is gebouwd. Die datum is bekend geworden dankzij bouwhistorisch onderzoek en dendrochronologische dateringen van de kapconstructie. De schildering boven de schouw door Paulus Bor, een van de regenten in het midden van de 17e eeuw, maakt onderdeel uit van de bijzondere inventaris van de Regentenkamer.

Aan het andere uiteinde bevindt zich de Celzusterenkamer. Daarin woonden vanaf 1547 de Celzusters. Tot 1920 bleef de Celzusterenkamer deels bewoond en deed deels dienst als opslagruimte. Daarna werd het gebouw in de oorspronkelijke staat teruggebracht. De Celzusterenkamer wordt thans gebruikt voor bijeenkomsten van bewoners en regenten. De kelder onder de Celzusterenkamer, gebouwd aan het eind van de 15e eeuw, is na de brand van 1520 hersteld. Tegelijkertijd is toen de Celzusterenkamer eraan toegevoegd.

Tussen beide uiteinden van het Hoofdgebouw ligt het voormalige Provenhuis. Het is gebouwd ca 1525. Daarin bevindt zich de bakkerij en de uitdeelkamer.

In de bakkerij staan twee korenmaten met erin de ijkmerken van Amersfoort. Op een korenmaat zijn de getallen 76 en 78 te lezen. Zij slaan wellicht op de jaren 1776 en 1778. De andere korenmaat toont twee series getallen: 90-99 en 16-39. Mogelijk gaat het hier om de jaren 1690-1699 en 1716-1739.

Aan de voorzijde van het Hoofdgebouw bevindt zich de woning van de binnenvader. Dat huis is gebouwd in de 18e eeuw. Later is het verbouwd en aangepast.

Pesthuis

Vroeger behoorde ziekenverzorging ook tot het takenpakket van de Broederschap, vooral in de tijd dat de pest heerste. De laatste grote pestuitbarsting was in 1667. De pestlijders werden uit de stad geweerd en verbleven in een groot vrijstaand pesthuis, waarschijnlijk gebouwd aan het eind van de 15e eeuw. Het werd in 1892 afgebroken om plaats te maken voor de huisjes van het hofje. Rijke pestlijders, soms met eigen personeel, konden geïsoleerd staande huisjes huren.

Kapel

De St. Rochuskapel werd rond 1500 gebouwd. St. Rochus was de beschermheilige van alle besmettelijke ziekten, zoals de pest. Ook was hij de beschermheilige van de pelgrims. Aan het eind van de 16e eeuw raakt de kapel buiten gebruik. Na jarenlang dienst te hebben gedaan als pakhuis is de kapel in 1905 gerestaureerd. Vanaf die tijd vonden er de wekelijkse uitdelingen plaats. Latere verbouwingen maakten de kapel voor verschillende doeleinden geschikt, zoals muziekuitvoeringen, huwelijken en besloten bijeenkomsten.

Opgravingen hebben aangetoond dat het terrein rond de kapel gebruikt is als begraafplaats.